Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Trouwen
trouwen = to marry
- Hele werkwoord
- trouwen
- Verleden tijd
- trouwde · trouwden
- Voltooide tijd
- is getrouwd
Kort antwoord
Trouwen is in het Engels to marry. Verleden tijd: trouwde (enkelvoud) en trouwden (meervoud). Voltooid deelwoord: getrouwd, met zijn: ik ben getrouwd.
Oefen trouwenTegenwoordige tijd
| ik | trouw |
| jij | trouwt |
| hij/zij/het | trouwt |
| wij | trouwen |
| jullie | trouwen |
| zij | trouwen |
Verleden tijd
| ik | trouwde |
| jij | trouwde |
| hij/zij/het | trouwde |
| wij | trouwden |
| jullie | trouwden |
| zij | trouwden |
Voltooide tijd
| ik | ben getrouwd |
| jij | bent getrouwd |
| hij/zij/het | is getrouwd |
| wij | zijn getrouwd |
| jullie | zijn getrouwd |
| zij | zijn getrouwd |
Voltooid verleden tijd
| ik | was getrouwd |
| jij | was getrouwd |
| hij/zij/het | was getrouwd |
| wij | waren getrouwd |
| jullie | waren getrouwd |
| zij | waren getrouwd |
Toekomende tijd
| ik | zal trouwen |
| jij | zult trouwen |
| hij/zij/het | zal trouwen |
| wij | zullen trouwen |
| jullie | zullen trouwen |
| zij | zullen trouwen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou trouwen |
| jij | zou trouwen |
| hij/zij/het | zou trouwen |
| wij | zouden trouwen |
| jullie | zouden trouwen |
| zij | zouden trouwen |
Oefen trouwen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
trouwen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is trouw. In trouwen staat w voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (trouwde, trouwden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getrouwd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij trouwt, maar trouw jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben getrouwd, niet ik heb getrouwd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van trouwen?
trouwde (ik, jij, hij/zij/het) en trouwden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van trouwen?
getrouwd, met zijn: ik ben getrouwd.
Gebruik je trouwen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben getrouwd, hij is getrouwd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.