Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Voorstaan conjugation

voorstaan = to advocate, stand for

Infinitive
voorstaan
Past
stond voor · stonden voor
Perfect
heeft voorgestaan

Quick answer

Voorstaan means to advocate, stand for. Past tense: stond voor (singular) and stonden voor (plural). Past participle: voorgestaan, with hebben: ik heb voorgestaan.

Practise voorstaan

Present (tegenwoordige tijd)

iksta voor
jijstaat voor
hij/zij/hetstaat voor
wijstaan voor
julliestaan voor
zijstaan voor

Past (verleden tijd)

ikstond voor
jijstond voor
hij/zij/hetstond voor
wijstonden voor
julliestonden voor
zijstonden voor

Perfect (voltooide tijd)

ikheb voorgestaan
jijhebt voorgestaan
hij/zij/hetheeft voorgestaan
wijhebben voorgestaan
julliehebben voorgestaan
zijhebben voorgestaan

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad voorgestaan
jijhad voorgestaan
hij/zij/hethad voorgestaan
wijhadden voorgestaan
julliehadden voorgestaan
zijhadden voorgestaan

Future (toekomende tijd)

ikzal voorstaan
jijzult voorstaan
hij/zij/hetzal voorstaan
wijzullen voorstaan
julliezullen voorstaan
zijzullen voorstaan

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou voorstaan
jijzou voorstaan
hij/zij/hetzou voorstaan
wijzouden voorstaan
julliezouden voorstaan
zijzouden voorstaan

Voorstaan is a separable verb

In a main clause voor goes to the end (ik sta voor). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik voorsta). Participle: voorgestaan.

Main clauseik sta voor
Questionsta jij voor?
Subordinate clause… dat ik voorsta
With a modal verbik wil voorstaan
Perfect tenseik heb voorgestaan
With om ... teom voor te staan
Imperativesta voor!

Separable verbs: rules and checker

Practise voorstaan

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: voorstaan, stond voor, voorgestaan.
  • Separable verb. In a main clause the prefix voor goes to the end: ik sta voor. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik voorsta, ... dat ik voorstond.
  • In the participle, ge goes between the two parts: voorgestaan.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of voorstaan?

stond voor (ik, jij, hij/zij/het) and stonden voor (wij, jullie, zij).

What is the past participle of voorstaan?

voorgestaan, with hebben: ik heb voorgestaan.

Is voorstaan used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb voorgestaan, hij heeft voorgestaan.

Is voorstaan a separable verb?

Yes. In a main clause voor goes to the end (ik sta voor), in a subordinate clause it stays attached (dat ik voorsta). Participle: voorgestaan.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.