Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Tellen

tellen = to count

Hele werkwoord
tellen
Verleden tijd
telde · telden
Voltooide tijd
heeft geteld

Kort antwoord

Tellen is in het Engels to count. Verleden tijd: telde (enkelvoud) en telden (meervoud). Voltooid deelwoord: geteld, met hebben: ik heb geteld.

Oefen tellen

Tegenwoordige tijd

iktel
jijtelt
hij/zij/hettelt
wijtellen
jullietellen
zijtellen

Verleden tijd

iktelde
jijtelde
hij/zij/hettelde
wijtelden
jullietelden
zijtelden

Voltooide tijd

ikheb geteld
jijhebt geteld
hij/zij/hetheeft geteld
wijhebben geteld
julliehebben geteld
zijhebben geteld

Voltooid verleden tijd

ikhad geteld
jijhad geteld
hij/zij/hethad geteld
wijhadden geteld
julliehadden geteld
zijhadden geteld

Toekomende tijd

ikzal tellen
jijzult tellen
hij/zij/hetzal tellen
wijzullen tellen
julliezullen tellen
zijzullen tellen

Voorwaardelijke wijs

ikzou tellen
jijzou tellen
hij/zij/hetzou tellen
wijzouden tellen
julliezouden tellen
zijzouden tellen

Oefen tellen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

tellen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kleine jongen zijn knikkers.

  2. Verleden tijd

    Wij de gasten bij de ingang.

  3. Voltooide tijd

    Ik het geld twee keer .

  4. Bijzin

    Het is stil in de klas terwijl de juf de kinderen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is tel. In tellen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (telde, telden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geteld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij telt, maar tel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van tellen?

telde (ik, jij, hij/zij/het) en telden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van tellen?

geteld, met hebben: ik heb geteld.

Gebruik je tellen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geteld, hij heeft geteld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.