Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Noemen

noemen = nombrar

Infinitivo
noemen
Pasado
noemde · noemden
Perfecto
heeft genoemd

Respuesta rápida

Noemen significa nombrar. Pasado: noemde (singular) y noemden (plural). Participio: genoemd, con hebben: ik heb genoemd.

Practica noemen

Presente (tegenwoordige tijd)

iknoem
jijnoemt
hij/zij/hetnoemt
wijnoemen
jullienoemen
zijnoemen

Pasado (verleden tijd)

iknoemde
jijnoemde
hij/zij/hetnoemde
wijnoemden
jullienoemden
zijnoemden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb genoemd
jijhebt genoemd
hij/zij/hetheeft genoemd
wijhebben genoemd
julliehebben genoemd
zijhebben genoemd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad genoemd
jijhad genoemd
hij/zij/hethad genoemd
wijhadden genoemd
julliehadden genoemd
zijhadden genoemd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal noemen
jijzult noemen
hij/zij/hetzal noemen
wijzullen noemen
julliezullen noemen
zijzullen noemen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou noemen
jijzou noemen
hij/zij/hetzou noemen
wijzouden noemen
julliezouden noemen
zijzouden noemen

Practica noemen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

noemen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik mijn hond altijd Bruno.

  2. Pasado

    Zij haar dochter naar haar oma.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de kat Felix .

  4. Oración subordinada

    Iedereen lacht omdat de jongen zijn vis Haai .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es noem. En el infinitivo noemen hay una m antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (noemde, noemden) y el participio termina en -d (genoemd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij noemt, pero noem jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de noemen?

noemde (ik, jij, hij/zij/het) y noemden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de noemen?

genoemd, con hebben: ik heb genoemd.

¿El verbo noemen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb genoemd, hij heeft genoemd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.