Все нидерландские глаголы от A до Z
1 516 нидерландских глаголов с полным спряжением. На каждой странице есть все времена, выбор между hebben и zijn, указание, отделяемый ли глагол, и короткая практика.
A
- aaien
- aanbellen
- aanbevelen
- aanbieden
- aanbreken
- aandoen
- aangaan
- aangeven
- aanhebben
- aanhoren
- aanhouden
- aankijken
- aanklagen
- aankleden
- aankloppen
- aankomen
- aankondigen
- aankopen
- aankunnen
- aanleggen
- aanlopen
- aanmaken
- aanmelden
- aanmeren
- aanmoedigen
- aannemen
- aanpakken
- aanpassen
- aanraden
- aanraken
- aanrennen
- aanrichten
- aanrijden
- aanschuiven
- aanslaan
- aansluiten
- aanspannen
- aanspreken
- aanstaan
- aansteken
- aanstellen
- aantonen
- aantreffen
- aantrekken
- aanvallen
- aanvoelen
- aanvragen
- aanvullen
- aanwakkeren
- aanwijzen
- aanzetten
- aanzien
- aarzelen
- abonneren
- accepteren
- achterblijven
- achterhalen
- achterhouden
- achterkomen
- achterlaten
- achtervolgen
- acteren
- activeren
- ademen
- ademhalen
- adopteren
- adviseren
- afblazen
- afbreken
- afdoen
- afdwalen
- afdwingen
- afgaan
- afgelasten
- afgeven
- afglijden
- afhaken
- afhalen
- afhangen
- afkoelen
- afkomen
- afleggen
- afleiden
- aflopen
- afmaken
- afnemen
- afpakken
- afrekenen
- afronden
- afschaffen
- afsluiten
- afsnijden
- afspelen
- afspreken
- afstappen
- aftreden
- aftrekken
- afvallen
- afvinken
- afvragen
- afwachten
- afwassen
- afwerken
- afwijzen
- afzeggen
- afzetten
- afzien
- analyseren
- annuleren
- antwoorden
- appen
- arresteren
- arriveren
- automatiseren
- autorijden
B
- bakken
- balanceren
- balen
- ballen
- banen
- bannen
- barsten
- baseren
- beantwoorden
- bedanken
- bedekken
- bedenken
- bederven
- bedienen
- bedoelen
- bedragen
- bedreigen
- bedriegen
- bedroeven
- bedwingen
- begeleiden
- beginnen
- begraven
- begrijpen
- begroeten
- behandelen
- beheersen
- beheren
- behoeden
- behoren
- behouden
- beïnvloeden
- bekendmaken
- bekennen
- bekijken
- beklimmen
- bekritiseren
- belanden
- belasten
- beledigen
- beleggen
- beleven
- belichten
- bellen
- belonen
- beloven
- beluisteren
- bemoeien
- benaderen
- benadrukken
- benijden
- benoemen
- beoordelen
- bepalen
- beperken
- bereiden
- bereiken
- berekenen
- bergen
- berichten
- beroven
- beschadigen
- beschamen
- beschaven
- beschermen
- beschouwen
- beschrijven
- beschuldigen
- beseffen
- beslaan
- beslissen
- besluiten
- besmetten
- besparen
- bespreken
- bestaan
- besteden
- bestellen
- bestrijden
- bestuderen
- besturen
- betalen
- betekenen
- betoveren
- betrappen
- betrekken
- betuigen
- beuken
- bevatten
- beveiligen
- bevelen
- bevestigen
- bevinden
- bevriezen
- bevrijden
- bewaken
- bewandelen
- bewaren
- bewegen
- beweren
- bewerken
- bewijzen
- bewonderen
- bewonen
- bezetten
- bezighouden
- bezitten
- bezoeken
- bezorgen
- bezuinigen
- bidden
- bieden
- bijblijven
- bijdragen
- bijhouden
- bijkomen
- bijpraten
- bijstaan
- bijten
- bijwonen
- binden
- binnenblijven
- binnengaan
- binnenkomen
- binnenlaten
- binnenlopen
- binnenstappen
- binnentrekken
- binnenvallen
- bladeren
- blaffen
- blazen
- blijken
- blijven
- bloeien
- blokken
- blokkeren
- blootleggen
- blozen
- blussen
- boeien
- boeken
- boeren
- bombarderen
- boren
- borrelen
- botsen
- bouwen
- brainstormen
- branden
- breien
- breken
- brengen
- brommen
- buigen
- buitensluiten
- bukken
C
D
- dagvaarden
- dalen
- dampen
- dansen
- debatteren
- deelnemen
- definiëren
- dekken
- delen
- demonstreren
- dempen
- denken
- dichtdoen
- dichten
- dichtgaan
- dichtslaan
- dienen
- dimmen
- discussiëren
- doden
- doelen
- doen
- domineren
- doneren
- doodgaan
- doodschieten
- doorbreken
- doorbrengen
- doordraaien
- doorfietsen
- doorgaan
- doorgeven
- doorgronden
- doorhakken
- doorhebben
- doorknippen
- doorlezen
- doorlopen
- doormaken
- doornemen
- doorrijden
- doorslaan
- doorstaan
- doorsturen
- doortrekken
- doorvaren
- doorweken
- doorwerken
- doorzetten
- douchen
- doven
- downloaden
- draaien
- dragen
- dreigen
- drijven
- dringen
- drinken
- drogen
- dromen
- druipen
- drukken
- druppelen
- duiken
- dulden
- dumpen
- duren
- durven
- duwen
- dwalen
- dwarrelen
- dwingen
E
F
G
- gaan
- garanderen
- gebeuren
- gebieden
- gebruiken
- gedenken
- gedragen
- gelden
- geloven
- genezen
- genieten
- geruststellen
- getuigen
- geuren
- geven
- gewennen
- gieten
- gillen
- glanzen
- glijden
- glimlachen
- glimmen
- glinsteren
- glippen
- gloeien
- goedkeuren
- goedmaken
- goedpraten
- gokken
- golven
- googelen
- gooien
- graven
- grazen
- grijnzen
- grijpen
- grillen
- grinniken
- groeien
- groeten
H
I
- identificeren
- improviseren
- inademen
- inbreken
- inchecken
- indelen
- indienen
- indrukken
- induiken
- informeren
- ingaan
- ingrijpen
- inhalen
- inhouden
- inhuren
- inkijken
- inlaten
- inleven
- inleveren
- inloggen
- inlopen
- innemen
- inpakken
- inplannen
- inrichten
- inrijden
- inschakelen
- inschenken
- inschrijven
- inslaan
- inspelen
- inspireren
- inspringen
- installeren
- instappen
- instellen
- instemmen
- instorten
- integreren
- interesseren
- interpreteren
- interviewen
- intrappen
- intrekken
- intrigeren
- introduceren
- intypen
- invallen
- investeren
- invoeren
- invullen
- inwerken
- inwikkelen
- inzamelen
- inzetten
- inzien
- inzitten
- inzoomen
- irriteren
- isoleren
K
- kaartspelen
- kalmeren
- kampen
- kantelen
- kapotgaan
- kapotmaken
- kauwen
- kenmerken
- kennen
- kennismaken
- keren
- keuren
- kiezen
- kijken
- klaarmaken
- klaarstaan
- klaarzetten
- klagen
- klappen
- kleden
- klemmen
- kletsen
- kletteren
- kleuren
- klikken
- klimmen
- klinken
- klokkijken
- kloppen
- klotsen
- kluiven
- knagen
- knallen
- knijpen
- knikken
- knippen
- knipperen
- knisperen
- knopen
- koelen
- koesteren
- koffiedrinken
- koken
- komen
- kopen
- kopiëren
- koppelen
- koppen
- kosten
- kraken
- krassen
- krijgen
- krimpen
- kruiden
- kruipen
- krullen
- kunnen
- kussen
- kweken
- kwetsen
- kwijtraken
L
M
- maaien
- mailen
- maken
- malen
- manipuleren
- markeren
- meebewegen
- meebrengen
- meedenken
- meedoen
- meegaan
- meegeven
- meehelpen
- meekijken
- meekomen
- meekrijgen
- meelopen
- meemaken
- meenemen
- meespelen
- meetellen
- meevallen
- meevoelen
- meewerken
- meezingen
- melden
- menen
- mengen
- merken
- meten
- miauwen
- misbruiken
- misgaan
- mishandelen
- misleiden
- mislopen
- mislukken
- missen
- misten
- moeten
- mogen
- mompelen
- monitoren
- moorden
- mopperen
- motiveren
N
O
- obsederen
- observeren
- oefenen
- omarmen
- ombouwen
- omdoen
- omdraaien
- omgaan
- omgooien
- omhelzen
- omhoogkijken
- omhullen
- omkeren
- omkijken
- omkomen
- omrijden
- omringen
- omschrijven
- omslaan
- omvallen
- omzeilen
- omzetten
- onderbreken
- onderdrukken
- ondergaan
- onderhandelen
- onderhouden
- ondernemen
- onderschatten
- ondersteunen
- onderwerpen
- onderzoeken
- ontbijten
- ontbreken
- ontdekken
- onthullen
- ontkennen
- ontleden
- ontmoedigen
- ontmoeten
- ontploffen
- ontroeren
- ontslaan
- ontsnappen
- ontspannen
- ontstaan
- onttrekken
- ontvangen
- ontvluchten
- ontvoeren
- ontvouwen
- ontwaken
- ontwerpen
- ontwijken
- ontwikkelen
- ontzien
- oogsten
- oordelen
- opbellen
- opbergen
- opblazen
- opbouwen
- opdagen
- opdoen
- opdrinken
- opduiken
- opeisen
- openbreken
- opendoen
- openduwen
- openen
- opengaan
- openlaten
- openmaken
- openstaan
- openvouwen
- openzetten
- opereren
- opeten
- opgaan
- opgeven
- opgraven
- opgroeien
- ophalen
- ophangen
- opheffen
- ophogen
- ophopen
- ophouden
- opkijken
- opklaren
- opkomen
- opladen
- opleggen
- opleiden
- opletten
- opleveren
- oplichten
- oplopen
- oplossen
- opmaken
- opmerken
- opnemen
- opofferen
- oppakken
- oppassen
- oppikken
- oprapen
- oprichten
- oproepen
- oprollen
- opruimen
- opschieten
- opschrijven
- opslaan
- opsluiten
- opspringen
- opstaan
- opstapelen
- opstappen
- opstarten
- opsteken
- opstellen
- opstijgen
- opsturen
- optillen
- optimaliseren
- optreden
- optrekken
- opvallen
- opvangen
- opvliegen
- opvoeden
- opvoeren
- opvolgen
- opvragen
- opwachten
- opwarmen
- opwekken
- opwinden
- opzeggen
- opzetten
- opzoeken
- ordenen
- organiseren
- overbelasten
- overblijven
- overbrengen
- overbruggen
- overdoen
- overdrijven
- overgaan
- overgeven
- overhouden
- overkomen
- overlaten
- overleggen
- overleven
- overleveren
- overlezen
- overlijden
- overmaken
- overnemen
- overschrijden
- overschrijven
- overslaan
- overspoelen
- overstappen
- oversteken
- overstromen
- overtreden
- overtuigen
- overvallen
- overvliegen
- overwegen
- overweldigen
- overwinnen
P
- pakken
- paren
- parkeren
- passen
- passeren
- pauzeren
- pesten
- piepen
- pikken
- pinnen
- pissen
- plaatsen
- plaatsvinden
- plagen
- plakken
- plannen
- planten
- plassen
- plegen
- pleiten
- plukken
- poetsen
- pompen
- posten
- praten
- preken
- presenteren
- presteren
- prijzen
- prikkelen
- prikken
- printen
- proberen
- produceren
- proeven
- programmeren
- projecteren
- proppen
- protesteren
- publiceren
R
- raden
- raken
- ramen
- rammelen
- rapen
- rapporteren
- razen
- reageren
- realiseren
- rechtzetten
- recyclen
- redden
- redeneren
- reduceren
- reflecteren
- regelen
- regenen
- regeren
- regisseren
- registreren
- reguleren
- reiken
- reizen
- rekenen
- rekken
- relaxen
- remmen
- rennen
- repareren
- reserveren
- respecteren
- retourneren
- richten
- rijden
- rijzen
- rillen
- rinkelen
- riskeren
- ritselen
- roddelen
- roeien
- roepen
- roeren
- roken
- rollen
- rommelen
- rondkijken
- rondlopen
- rondrennen
- ruiken
- ruilen
- ruimen
- ruisen
- rukken
- runnen
- rusten
- ruziemaken
- ruziën
S
- samengaan
- samenkomen
- samenleven
- samenstellen
- samenvatten
- samenwerken
- scannen
- schaatsen
- schakelen
- schamen
- schatten
- scheiden
- schelden
- schelen
- schenden
- schenken
- scheppen
- scheren
- schetsen
- scheuren
- schieten
- schijnen
- schikken
- schilderen
- schillen
- schitteren
- schokken
- schoonmaken
- schoonvegen
- schoppen
- schrapen
- schrappen
- schreeuwen
- schrijven
- schrikken
- schroeven
- schudden
- schuiven
- schuren
- scoren
- shoppen
- sissen
- slaan
- slagen
- slapen
- slenteren
- slepen
- slijpen
- slikken
- slingeren
- slopen
- sluipen
- sluiten
- smaken
- smeden
- smelten
- smeren
- smokkelen
- snappen
- sneeuwen
- snijden
- snuffelen
- solliciteren
- sorteren
- spannen
- sparen
- speculeren
- spelen
- spellen
- spiegelen
- spinnen
- spitsen
- splitsen
- spoelen
- sporten
- spotten
- spreken
- springen
- spuiten
- staan
- staken
- stampen
- stappen
- staren
- starten
- steken
- stelen
- stellen
- stemmen
- sterken
- sterven
- steunen
- stijgen
- stikken
- stilleggen
- stilstaan
- stilvallen
- stilzitten
- stoffen
- stoken
- stoppen
- storen
- stormen
- storten
- straffen
- stralen
- stranden
- strekken
- stressen
- streven
- strijden
- strijken
- strikken
- stromen
- structureren
- struikelen
- studeren
- stuiten
- sturen
- sudderen
- suggereren
- surfen
- sussen
T
- tegemoetkomen
- tegenhouden
- tegenkomen
- tegenvallen
- tekenen
- teleurstellen
- tellen
- terechtkomen
- terugbellen
- terugbetalen
- terugbrengen
- teruggaan
- teruggeven
- terugkeren
- terugkijken
- terugkomen
- terugkrijgen
- teruglopen
- terugpakken
- terugsturen
- terugtrekken
- terugvallen
- terugvinden
- terugzetten
- terugzien
- testen
- thuisblijven
- thuishoren
- thuiskomen
- tikken
- tillen
- tippen
- toegeven
- toekijken
- toelaten
- toelichten
- toelopen
- toenemen
- toepassen
- toeslaan
- toespreken
- toestaan
- toeteren
- toetsen
- toevoegen
- tolereren
- tonen
- toveren
- traceren
- trainen
- transformeren
- trappen
- treden
- treffen
- trekken
- trillen
- troosten
- trouwen
- turen
- twijfelen
- twinkelen
- typen
U
- uitademen
- uitbarsten
- uitbesteden
- uitbreiden
- uitbreken
- uitbrengen
- uitbuiten
- uitdagen
- uitdelen
- uitdenken
- uitdoen
- uitdrukken
- uiten
- uitgaan
- uitgeven
- uitglijden
- uithalen
- uitkeren
- uitkiezen
- uitkijken
- uitkomen
- uitlachen
- uitlaten
- uitleggen
- uitlenen
- uitlezen
- uitlichten
- uitlopen
- uitloven
- uitmaken
- uitnodigen
- uitoefenen
- uitpakken
- uitprinten
- uitproberen
- uitputten
- uitrekken
- uitroepen
- uitrusten
- uitschakelen
- uitschrijven
- uitschudden
- uitslapen
- uitsluiten
- uitspreken
- uitstaan
- uitstappen
- uitsteken
- uitstellen
- uitstoten
- uitstralen
- uitstrekken
- uittrekken
- uitvallen
- uitverkopen
- uitvinden
- uitvoeren
- uitvogelen
- uitwerken
- uitwijken
- uitwisselen
- uitwissen
- uitzenden
- uitzetten
- uitzien
- uitzitten
- uitzoeken
V
- vallen
- vangen
- varen
- vasthouden
- vastleggen
- vastlopen
- vastmaken
- vastpakken
- vaststellen
- vastzetten
- vastzitten
- vatten
- vechten
- vegen
- vellen
- veranderen
- verankeren
- verantwoorden
- verbannen
- verbazen
- verbergen
- verbeteren
- verbieden
- verbijsteren
- verbinden
- verblijven
- verbouwen
- verbranden
- verbreken
- verbruiken
- verdampen
- verdedigen
- verdelen
- verdenken
- verdergaan
- verderlopen
- verdienen
- verdiepen
- verdraaien
- verdrinken
- verdwalen
- verdwijnen
- vereisen
- veren
- verenigen
- vergaan
- vergaderen
- vergelijken
- vergeten
- vergeven
- vergiftigen
- vergissen
- vergoeden
- vergroten
- verheugen
- verhitten
- verhogen
- verhuizen
- verkennen
- verkeren
- verklaren
- verkleinen
- verkopen
- verlagen
- verlammen
- verlangen
- verlaten
- verleiden
- verlichten
- verliezen
- verlopen
- verloven
- vermaken
- vermelden
- vermengen
- vermijden
- verminderen
- vermissen
- vermoeden
- vermoeien
- vermoorden
- vernielen
- vernietigen
- vernieuwen
- veroordelen
- veroorzaken
- verouderen
- veroveren
- verpakken
- verpesten
- verplaatsen
- verplichten
- verraden
- verrassen
- verrichten
- verrijken
- verschijnen
- verschillen
- verschuilen
- verschuiven
- versieren
- verslaan
- verslijten
- versnellen
- verspillen
- verspreiden
- verstaan
- verstellen
- versterken
- verstoppen
- verstoren
- verstrijken
- versturen
- vertalen
- vertegenwoordigen
- vertellen
- verteren
- vertragen
- vertrekken
- vertrouwen
- vervagen
- vervallen
- vervangen
- vervelen
- verven
- vervoeren
- vervolgen
- vervullen
- verwachten
- verwarmen
- verwarren
- verwelkomen
- verwennen
- verweren
- verwerken
- verwijderen
- verwijzen
- verwikkelen
- verwoesten
- verwonderen
- verwoorden
- verzachten
- verzamelen
- verzekeren
- verzenden
- verzetten
- verzinnen
- verzorgen
- verzuipen
- verzwijgen
- vestigen
- vieren
- vinden
- vissen
- vliegen
- vloeien
- vloeken
- vluchten
- voeden
- voegen
- voelen
- voeren
- voetballen
- volbrengen
- voldoen
- volgen
- volhouden
- voltooien
- voorbereiden
- voorbijgaan
- voorbijkomen
- voorbijlopen
- voorbijvliegen
- voordoen
- voorgaan
- voorhebben
- voorhouden
- voorkomen
- voorlezen
- voornemen
- voorspellen
- voorstaan
- voorstellen
- voorstemmen
- voortleven
- voortzetten
- vooruitgaan
- vooruitkijken
- vormen
- vouwen
- vragen
- vrezen
- vrijgeven
- vrijkomen
- vrijlaten
- vrijspreken
- vullen
W
- waaien
- waarderen
- waarmaken
- waarnemen
- waarschuwen
- wachten
- wagen
- waken
- wandelen
- wapenen
- wapperen
- wassen
- weerkaatsen
- weerspiegelen
- weerzien
- wegdoen
- wegen
- weggaan
- weggeven
- wegglijden
- weggooien
- weghalen
- wegjagen
- wegkijken
- wegkomen
- wegleggen
- weglopen
- wegnemen
- wegrennen
- wegrijden
- wegspoelen
- wegstoppen
- wegsturen
- wegvallen
- wegvliegen
- wegwerken
- wegzetten
- weigeren
- wekken
- wenden
- wennen
- wensen
- werken
- werpen
- weten
- weven
- wiegen
- wijden
- wijken
- wijten
- wijzen
- wikkelen
- willen
- winkelen
- winnen
- wisselen
- wissen
- witwassen
- wonen
- worden
- worstelen
- wortelen
- wrijven
- wringen
Хотите перестать всё проверять?
Бесплатный тест уровня покажет, где сейчас ваш нидерландский и что учить дальше.